Curaçao bevindt zich in een vergevorderd stadium van de implementatie van de internationale Pillar Two‑afspraken van het OESO Inclusive Framework. Deze afspraken beogen te waarborgen dat grote multinationale ondernemingsgroepen wereldwijd een effectief minimumwinstbelastingtarief van 15% betalen.
1. Internationale achtergrond: Pijler 1 en Pijler 2
In oktober 2021 bereikten 138 landen binnen het OESO Inclusive Framework overeenstemming over nieuwe regels voor de belastingheffing van multinationale ondernemingen, mede in reactie op de toenemende digitalisering van de economie. Dit akkoord bestaat uit twee pijlers.
Pijler 1 ziet op een (gedeeltelijke) herverdeling van belastingrechten, waarbij een deel van de winst van de grootste en meest winstgevende multinationals wordt belast in de landen waar zij hun activiteiten ontplooien.
Pijler 2 bevat afspraken over een wereldwijd effectief minimumtarief van 15% voor multinationale groepen met een geconsolideerde omzet van ten minste EUR 750 miljoen. Curaçao is aangesloten bij het Inclusive Framework en heeft zich daarmee gecommitteerd aan deze internationale fiscale standaarden.
2. Taakgroep Internationale Compliance en consultatietraject
In oktober 2023 is door de minister van Financiën de Taakgroep Internationale Compliance ingesteld, met als opdracht te adviseren over de mogelijke invoering van Pijler 2 in Curaçao. In 2024 heeft deze taakgroep meerdere consultatierondes gehouden met vertegenwoordigers uit de financiële sector, belangenorganisaties en de Belastingdienst.
Uit deze consultaties kwam naar voren dat multinationale ondernemingen hun groepsactiviteiten bij voorkeur vestigen in zogenoemde ‘Pillar Two‑jurisdicties’, omdat de toepassing van Pijler 2 van invloed is op hun wereldwijde belastingpositie en bedrijfsstrategie. Volgens de minister kan vroege invoering Curaçao een concurrentievoordeel in de regio opleveren.
3. Aanschrijving en publicatie ontwerp (december 2024)
Op 27 december 2024 is in de Landscourant van Curaçao de Aanschrijving bekendmaking concept Landsverordening Minimumbelasting 2024 gepubliceerd. Daarbij zijn het ontwerp van de landsverordening en de bijbehorende Memorie van Toelichting openbaar gemaakt, vooruitlopend op de parlementaire behandeling.
Deze vervroegde publicatie had tot doel betrokken ondernemingen tijdig duidelijkheid te bieden over de fiscale gevolgen per 1 januari 2025. Op 3 januari 2025 is een rectificatie gepubliceerd, waarbij in de aanschrijving overal “31 december 2024” is vervangen door “1 januari 2025”.
4. SER‑advies en beleidsmatige duiding
Tijdens een buitengewone voorbereidende vergadering van de Sociaal Economische Raad (SER) op 24 januari 2025 heeft de raad een uitgebreide fiscaaltechnische toelichting ontvangen over de conceptlandsverordeningen Minimumbelasting 2024 en Belastingherziening 2025.
De SER benadrukte het belang van tijdige implementatie, zowel ter bescherming van belastingopbrengsten als ter borging van de internationale concurrentiepositie van Curaçao, en heeft in mei 2025 advies uitgebracht over het ontwerp. Tevens is bij het wetsvoorstel het advies van de Raad van Advies van 11 februari 2025 gevoegd.
5. Parlementaire behandeling (in het kort)
Het ontwerp van de Landsverordening Minimumbelasting 2024 is op 18 december 2025 ingediend bij de Staten van Curaçao. De ontwerplandsverordening is op 29 januari 2026 behandeld in de Centrale Commissie van de Staten, nadat een eerdere vergadering van 28 januari 2026 was geannuleerd.
Tijdens de commissiebehandeling zijn door meerdere Statenleden kritische vragen gesteld over de reikwijdte, uitvoering en gevolgen van de voorgestelde minimumbelasting. Daarbij is verzocht om een technische briefing door deskundigen, waarbij ook de Vereniging van Antilliaanse Belastingadviseurs (VAB) zou worden betrokken.
Op 12 maart 2026 is het finaal verslag (relato final) van de commissievergadering vastgesteld en aan de regering toegezonden. Dit verslag vormt de basis voor het verdere parlementaire traject.
6. Kern van het wetsvoorstel Minimumbelasting 2024
Het wetsvoorstel beoogt de invoering van een effectieve minimumbelasting van 15% op de winst van groepsentiteiten van kwalificerende multinationale ondernemingen met een wereldwijde omzet van ten minste EUR 750 miljoen.
Het ontwerp creëert een nationaal juridisch kader voor het heffen van een aanvullende minimumbelasting indien het effectieve belastingtarief in Curaçao onder het internationale minimum ligt. Daarmee wordt beoogd:
- aansluiting bij internationale fiscale normen;
- bescherming van de nationale belastinggrondslag; en
- het voorkomen dat belastinggrondslagen weglekken naar andere jurisdicties die reeds bijheffingsmaatregelen toepassen.
Na goedkeuring door de Staten zal de landsverordening met terugwerkende kracht per 1 januari 2025 in werking treden.
7. Internationale ontwikkelingen: Side by Side‑pakket (januari 2026)
Op 5 januari 2026 is binnen het OESO Inclusive Framework een akkoord bereikt over een zogenoemd ‘Side by Side‑pakket’ met betrekking tot Pijler 2.
- criteria op grond waarvan nationale belastingstelsels onder voorwaarden kunnen worden aangemerkt als equivalent aan Pijler 2;
- afspraken over een gunstigere behandeling van bepaalde fiscale regelingen voor ondernemingen met reële economische activiteiten; en
- diverse vereenvoudigings‑ en veiligehavenregels, waaronder de Side by Side Safe Harbour en de Ultimate Parent Entity (UPE) Safe Harbour.
De Europese Commissie heeft dit akkoord inmiddels erkend en de toepassing ervan op de EU Pijler 2‑richtlijn bevestigd. Tegen deze achtergrond rijst de vraag of – en zo ja in hoeverre – de Curaçaose ontwerplandsverordening naar aanleiding van dit akkoord nog aanpassing behoeft.
8. Fiscaal advies over Pillar Two en minimumbelasting Curaçao
Wilt u meer weten over de Landsverordening Minimumbelasting 2024, Pillar Two of de gevolgen voor multinationale ondernemingsgroepen in Curaçao? Neem dan gerust contact met ons op via info@rootz.tax.
Maart 2026