Recent heeft de Afdeling advisering van de Raad van State, welke de Nederlandse regering en het Parlement over wetgeving en bestuur adviseren, een advies uitgebracht over de positie van de Nederlandse Caribische landen (d.w.z. Aruba, Curaçao en Sint Maarten) in verband met het sluiten van belastingverdragen en EU-recht. Het advies bevat tien aanbevelingen om het proces van het sluiten van belastingverdragen te verbeteren. De Raad legt het relevante juridische kader uit voor het aangaan van verdragsrelaties. Verdragen worden gesloten door het Koninkrijk der Nederlanden, maar zijn vaak alleen van toepassing op het Europese deel van het Koninkrijk. Indien een verdrag Aruba, Curaçao of Sint Maarten raakt, zouden deze landen betrokken moeten worden bij het verdragstraject. De Raad van State stelt echter dat dit niet altijd het geval is. Enerzijds vanwege de kleinschalige bestuursorganisaties. Anderzijds omdat de Europese Nederlandse administratie meer aandacht zou moeten besteden aan de betrokkenheid van de Nederlandse Caribische landen.
Opgemerkt wordt dat het advies uitsluitend gaat over de rol van de autonome Nederlandse Caribische landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden en behandelt niet de betrokkenheid van Caribisch Nederland (d.w.z. de zogenaamde BES-eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba) bij het sluiten van belastingverdragen. Dit heeft te maken met de constitutionele positie van Caribisch Nederland. Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn als afzonderlijke openbare lichamen (vergelijkbaar met gemeenten) een integraal onderdeel van het land Nederland. Let wel: verdragen die door het Koninkrijk der Nederlanden namens Nederland worden gesloten, zijn vaak alleen van toepassing op het Europese deel en gelden niet automatisch voor Caribisch Nederland.
Augustus 2021